Hieronder vindt u veelgestelde vragen over dieet  en vocht.

Wat mag ik eten?

Als u dialyseert, mag u vrijwel alles blijven eten. Het is alleen belangrijk dat u van sommige voedingsmiddelen niet te veel binnenkrijgt. Omdat uw nieren niet goed werken, kunnen afvalstoffen zich ophopen in uw lichaam. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid. Als dialysepatiënt is het altijd belangrijk om weinig zout te gebruiken. Of u ook met andere voedingsstoffen rekening moet houden is per persoon verschillend. Uw diëtist vertelt u met welke voedingsstoffen u rekening moet houden en helpt u met uw dieet. 

Waarom is zout niet goed?

In zout zit een mineraal (natrium) dat invloed heeft op de bloeddruk en op het vochtgehalte in het lichaam. Door zout te eten stijgt uw bloeddruk en hierdoor heeft uw hart meer moeite om het bloed door uw lichaam te pompen. Daarnaast zorgt zout eten voor een dorstgevoel. Als u een vochtbeperking heeft, wordt het door zout eten moeilijk om niet te veel te drinken. Het advies is om niet meer dan 6 gram keukenzout per dag te nemen. Dit kom overeen met 2400 mg natrium.

Met welk eten moet ik voorzichtig zijn?

Het is verstandig om voorzichtig te zijn met zoute producten. Zout (en natrium) komt van nature voor in veel producten, maar in sommige producten veel meer. Voorbeelden zijn kant-en-klare maaltijden, fastfood, chips, kaas, bewerkt vlees, bouillon en soep. Deze producten zijn voor nierpatiënten minder geschikt om te eten. Dit betekent niet dat nierpatiënten smakeloos moeten eten. Om eten toch lekker te maken kan er gebruik worden gemaakt van kruiden, specerijen en andere smaakmakers. Het kan zijn dat u ook met andere voedingsstoffen (zoals kalium en fosfaat) rekening moet houden. U krijgt hierover uitleg van uw diëtist.

Hoeveel mag ik nog drinken?

Hoeveel u mag drinken is afhankelijk van uw urineproductie. Sommige dialysepatiënten plassen door hun nierschade minder of niet meer. Hoe minder urine u produceert, hoe meer vocht er in uw lichaam blijft. Het is daarom belangrijk om rekening te houden met de hoeveelheid vocht die u drinkt. De hoeveelheid die u per dag mag drinken is bij hemodialyse gelijk aan de hoeveelheid urine die u produceert plus 900 ml. Als u geen urine meer produceert mag u per dag nog 900 ml drinken.  Bij peritoneale dialyse is de hoeveelheid die u mag drinken afhankelijk van de hoeveelheid vocht die u onttrekt tijdens de behandeling.

Hoe weet ik of ik te veel drink?

Om inzicht te krijgen in de hoeveelheid die u drinkt, is het handig om te weten hoeveel vocht er in uw glazen, kopjes en schaaltjes past. Dit kunt u het beste zelf meten met een maatbeker. U kunt dan makkelijker berekenen hoeveel glazen, kopjes en schaaltjes vocht u per dag kunt gebruiken. U kunt ook iedere keer dat u iets drinkt, dezelfde hoeveelheid water in een maatbeker doen. Als u dit de hele dag doet, ziet u aan het einde van de dag in de maatbeker hoeveel vocht u in totaal genomen heeft.

Wat kan ik verder doen om gezond te blijven?

Naast de behandeling en uw dieet, kan voldoende lichaamsbeweging bijdragen aan uw gezondheid. Ook stoppen met roken draagt bij aan uw gezondheid. Via de links hieronder vindt u meer informatie.

Deze pagina delen: